Voorjaar in nationaal park Ordesa y Monte Perdido

De sneeuw ligt nog op de hogere toppen van de Pyreneeën, maar in het wat lager gelegen Parque Nacional de Ordesa Y Monte Perdido, in de provincie Aragón, is het voorjaar in volle gang. Uitlopend groen, bloeiende sleutelbloemen en voorjaarsgentianen én een overvloedige hoeveelheid (smelt)water in de rivieren en watervallen in de Ordesa-vallei. De perfecte tijd voor een stevige wandeling aan de voet van de Pyreneeën.

TEKST: PAUL VAN BODENGRAVEN

Het nationale park Ordesa y Monte Perdido bestaat grofweg uit vier valleien, plus de omliggende berghellingen, waaronder de Monte Perdido. De smalste van de vier is de Añisclo-vallei, een smalle, kloofachtige vallei in het zuiden van het park. De tocht naar het startpunt van onze hike is al een avontuur op zich: een smalle, ruim tien kilometer lange asfaltweg slingert langs de rotswand. Een vooruitziende verkeersplanner heeft een eenrichtingsverkeersbord opgehangen, al weet je nooit of een verdwaalde toerist toch niet halverwege besluit te keren…
Behalve iemand die de weg onderhoudt en een pauzerende motorrijder komen we geen obstakels tegen. Bocht na bocht draaien we langs de vochtige rotswanden, steeds verder de vallei in. Snel gaat het niet, maar mooi is het wel. Door een groen decor rijden we naar de parkeerplaats, die redelijk gevuld is op deze doordeweekse dag. Niet onlogisch, dit geldt als een van de mooiste wandelingen in het park. Tel daar het zonnetje bij dat vandaag uitbundig schijnt in de strakblauwe lucht en alle seinen voor een geslaagde tocht staan op groen.

Langs rivieren
De kloof is ontstaan door de Río Bellós, een smalle rivier die zich een weg zoekt en zo het water uit de hogere bergen rond de kloof afvoert. In het voorjaar komt daar een aardige portie smeltwater bij, als de zon de winterse toppen begint te ontdooien. Het eerste stukje lopen we langs een zijriviertje, de Río Aso. Dat is een relatief kalm stroompje, zo blijkt als we via een brug de Río Bellós oversteken en aan de rondwandeling beginnen. Circuito de San Úrbez staat er op de bordjes, verdwalen zal hier niet zo snel gebeuren. Bovendien is het pad ook nog eens onderdeel van een langeafstandswandeling (GR), gemarkeerd met de bekende wit-rode strepen. Onbewoonde wereld, maar niet onontgonnen.

Voorjaar
Het eerste stuk lopen we laag in de kloof, wat de nodige schaduw oplevert. In deze tijd van het jaar (april) is het nog niet te warm, maar zeker in de zomer kan dat een voordeel zijn voor wandelaars. En in de schaduw bloeit en groeit van alles. We zien leverbloempjes, sleutelbloemen en ook Ramonda, het Pyrenees viooltje. Een fris en fleurig decor om doorheen te stappen.
Na een flinke klim bereiken we het gehuchtje Sercué, op ruim 1.000 meter hoogte. Een paar huizen zijn vervallen, andere inmiddels gerestaureerd. Mooi én rustig plekje om te wonen, jammer dat er (nog) geen horeca is te vinden. Het uitzicht op de omringende bergtoppen, met de Cresta Respena (1672 m) als letterlijk hoogtepunt, is adembenemend mooi. Een prima plek voor onze zelf meegebrachte lunch.


Hiervandaan hebben we ook mooi uitzicht over de kloof, beneden ons zien we het water stromen. Daar gaan we naartoe, om het groen-blauwe water van dichtbij te bekijken. Wat volgt is een geleidelijke afdaling naar waterniveau. De luchttemperatuur daalt en bij de oever hangt een zachte nevel van bruisend water dat naar beneden komt. Het verval is bescheiden op deze plek, maar evengoed is de kracht waarmee het zich een weg zoekt indrukwekkend.
Het is verleidelijk om hier te blijven rondhangen, maar we hebben nog een stukje te gaan tot we terug zijn bij de auto. De route volgt vanaf hier de oever van de Río Bellós en is relatief vlak. Na een krap uurtje stappen zijn we terug bij ons startpunt en kunnen we de kloof via de andere kant verlaten.

Het hele artikel lezen? Koop Por Favor Spanje in de winkel. of bestel ‘m hier!

  • Website gerealiseerd door Daily Creative Agency

    Online Marketing gerealiseerd door Marketing Concepts B.V.