Van Burgos naar Salamanca met de camper
Tekst: Tina Reinders
De snelweg van San Sebastián naar Cádiz is een prachtige weg die langs een groot aantal van de mooiste steden van Spanje leidt. Maar de gebieden net naast de snelweg zijn vaak mooier dan de snelweg zelf. Hier vind je kleinere stadjes die minstens zo interessant zijn als de grote steden, slaperige en niet slaperige dorpjes en de mooiste natuur. Daarom biedt het boek Met de camper door Spanje, van San Sebastián naar Cádiz een aantal omwegen die als lussen van en weer terug naar de snelweg leiden. Hiermee kan je makkelijk zelf kiezen of je alle omwegen neemt, of bijvoorbeeld twee of drie op de heenweg en een paar andere op de terugweg. Dit artikel beschrijft – in twee delen – de route van Burgos naar Salamanca via de omwegen.
Burgos
Met zijn magnifieke kathedraal en gezellige oude binnenstad met pleinen en terrasjes, is Burgos een van de hoogtepunten van de route. Om Burgos te bereiken kan je het laatste stukje het beste de N1 volgen, dan kom je het makkelijkste bij de stadscamperplaats. Wie liever comfortabel op een camping staat, gaat naar camping Fuentes Blancas en fietst een paar kilometer naar de stad.
Wanneer je op de stadscamperplaats staat kan je met de bus of op de fiets naar het centrum. Aan de andere kant van waar je de parkeerplaats oprijdt, loopt het riviertje, Río Vena. Daar loopt een fietspad langs waarover je vrij rustig naar het centrum rijdt. Je komt uit bij de rotonde met de dolfijnen. Achter het beeld van de hond zie je de markt, die altijd leuk is om te bezoeken. Ga de stad in via het beeld Los Gigantillos, een kwestie van smaak natuurlijk, maar ik vind het prachtig. Meteen links staat de Iglesia de San Lesmes Abad, maar let op dat je geen overkill aan kerken krijgt: de kathedraal van Burgos is een absolute must-see, dus als je één kerk per dag genoeg vindt, sla San Lesmes dan over. Ga lekker dwalen door de oude straatjes aan de rechterkant en vroeger of later kom je bij de flink gotische kathedraal uit, het absolute hoogtepunt van Burgos. Gelukkig zijn er op het plein voor de kathedraal talloze terrasjes, want je zal even tijd nodig hebben om het uitzicht op misschien wel de mooiste kathedraal van Spanje op je in te laten werken.
Het zal je niet verbazen dat er vrij lang aan de kathedraal gebouwd is, maar toch, van 1221 tot 1567 is wel erg lang. Maar het is het waard geweest! Hoewel de kathedraal een flinke entreeprijs vraagt, moet je er toch echt even in. Boek je entreekaartje van te voren via internet. Dit scheelt je een lange wachtrij. De binnenkant, de plafonds en de kunst zijn ronduit spectaculair. Hoogtepunt is de ‘Gouden trap’ uit 1519. Uiteraard mag je de trap niet op en de deur naar het hoger gelegen gedeelte van de stad niet door. Men zegt dat Napoleon de laatste persoon was die officieel door deze deur is gegaan.
Wanneer je de kathedraal bekeken hebt, steek dan het plein over naar de hoek rechtsachter en ga onder de poort door. Ben je er doorheen, draai je dan om en sta versteld van dit kunstwerk. Dit is de Arco Santa María, een van de oorspronkelijk acht stadspoorten.
Loop na de poort linksaf over de promenade onder de platanen en langs de grote rivier, de Río Arlanzón. Hier is het meestal gezellig druk, er zijn veel terrasjes, eethuisjes en straatmuziek en -theater. Na een paar honderd meter kom je bij het monument van El Cid. Zoals je al aan het beeld kunt zien, wordt hij gezien als de grote Spaanse held. Eigenlijk heette hij Rodrigo Díaz de Vivar, maar hij is de geschiedenis in gegaan als El Cid Campeador. Hij speelde een belangrijke rol in de roemruchte 11e eeuw bij het tot stand komen van de diverse koninkrijken binnen Spanje en bij het verslaan van de Moren. Hij begon zijn carrière bij de vele gevechten tussen de vijf kinderen van Ferdinand I die na de dood van hun vader, ieder een stuk land erfden, maar dat van hun broers en zussen erbij wilden hebben. Toen uiteindelijk Alfonso het land van zijn broers en zussen in bezit had, werd het niet rustig: El Cid veroverde Sevilla, Zaragoza en nog veel meer, kreeg steeds meer macht en werd dus ontslagen door Alfonso. Maar Alfonso kon niet zonder zijn top-vechtersbaas en verleende gratie aan El Cid die vervolgens meteen aan de slag ging tegen de Moren. Uiteindelijk stierf El Cid in 1099, maar wel als vorst van Valencia.
Ga je na El Cid linksaf, dan kom je op het best wel leuke Plaza Mayor. Het zijn vooral de kleine, omliggende straatjes die hier de sfeer van de stad bepalen.
Mocht het nou regenen wanneer je in Burgos bent, overweeg dan naar het Museo de la Evolución Humana, de evolutie van de mens, te gaan, een echt leuk en interessant museum. Je komt er door bij El Cid de Río de Arlanzón over te steken.
Buiten het centrum ligt het zeer koninklijke cisterciënzer klooster Monasterio de las Huelgas. Spaanse koningen trouwden hier, lieten hun kinderen hier dopen en een enorme rij Castiliaanse koningen en koninginnen is hier bijgezet. Daarbij is het een ontzettend mooi gebouw. Wil je het bezoeken, dan is het raadzaam om je toegangskaartje van te voren via internet te boeken.
Het hele artikel lezen? Koop Por Favor Spanje in de winkel. of bestel ‘m hier!


